Dampdoorlatende lagen
Dampdoorlatende, waterkerende lagen laten het genoemde vochttransport van binnen naar buiten min of meer ongemoeid en hebben tot functie te voorkomen dat eventueel condens tegen de buitenste lagen van de constructie (kouddakbeplating, gevelbeplating) in contact kan komen met de isolatie, die daardoor nat zou kunnen worden.
Bovendien kan zo worden voorkomen dat eventueel condens verder in de constructieopbouw of zelfs naar binnen kan dringen. Om deze reden worden dit type lagen dus aan de buitenzijde van de isolatie toegepast.
Deze voorziening is echter niet bedoeld om condensproblemen en klachten te voorkomen. Dit is in eerste instantie de functie van de dampremmende laag. Dampdoorlatende, waterkerende lagen worden dus toegepast als extra zekerheid om eventueel toch gevormde minimale hoeveelheden condens op te vangen en naar buiten toe af te voeren. Van dit type laag mag ook geen enkele bijdrage worden verwacht aan de waterdichtheid van de constructie. Deze functie ligt primair bij de buitenste laag van de constructie-opbouw.
De dampdoorlatende folie kan het eventuele condensvocht alleen naar buiten toe afvoeren als deze strak wordt aangebracht, zodat er zich geen plassen kunnen vormen. De banen worden in de lengterichting van het dakschild aangebracht, te beginnen langs de goot en te eindigen langs de nok, waarbij de hoger gelegen
baan de aansluitende lager gelegen baan steeds met 150 mm overlapt.

